Glaswol ligt nog in bijna elk dak, maar wie nu gaat isoleren komt onvermijdelijk een ander rijtje materialen tegen: hennep, vlas, houtvezel, schapenwol. Niet meer als hippe uitzondering, maar als serieus alternatief dat in steeds meer offertes van isolatiebedrijven staat. De vraag is niet meer of biobased isolatie werkt, maar of het iets voor jouw huis is.
Wat biobased isolatie precies is
Biobased isolatiemateriaal is gemaakt van plantaardige of dierlijke grondstoffen in plaats van gesmolten glas of steen. Denk aan houtvezel, hennepvezel, vlas, cellulose van gerecycled papier en schapenwol. Deze materialen groeien terug of zijn een restproduct, waardoor de CO2-uitstoot bij productie veel lager ligt dan bij glaswol of steenwol. Hennep is daarbij een uitschieter, de plant groeit in een paar maanden tijd tot volle wasdom en heeft nauwelijks water of bestrijdingsmiddelen nodig.
Het belangrijkste verschil met traditionele isolatie zit in het gedrag van het materiaal zelf. Biobased vezels nemen vocht op en geven het weer af, waardoor een muur of dak kan ademen in plaats van vocht op te sluiten. Dat scheelt schimmelvorming in oudere huizen met minder goede ventilatie, een probleem waar synthetische isolatie juist gevoelig voor is.
Hennep, vlas of houtvezel, waar zit het verschil
Houtvezel is de bekendste optie en wordt vooral gebruikt voor dak- en gevelisolatie. Het materiaal is zwaar vergeleken met glaswol, wat een voordeel is voor geluidsisolatie en het tegenhouden van zomerhitte, maar een nadeel als een bestaande constructie niet veel extra gewicht aankan.
Hennepisolatie is lichter en wordt vaak als vulmateriaal tussen sporen of in spouwmuren gebruikt. Het materiaal heeft een goede vertraging in warmteoverdracht, wat betekent dat hitte er langer over doet om door de laag heen te trekken, precies wat je wilt tijdens een hete zomerweek. Vlasisolatie zit qua eigenschappen dichtbij hennep, maar is vaak iets prijziger omdat de teelt kleinschaliger is.
Wie liever helemaal geen dierlijke of chemische toevoegingen wil, kiest voor cellulose-isolatie van oud papier. Het wordt ingeblazen in spouwen en zolderconstructies en is een van de goedkoopste biobased opties. Bij nieuwbouw is de keuze makkelijker te maken dan bij een bestaand huis, omdat je vanaf het begin rekening houdt met het gewicht en de dikte van de laag.
Wat het kost en welke subsidie je krijgt
Biobased isolatiemateriaal kost gemiddeld 15 tot 40 euro per vierkante meter, afhankelijk van het type en de dikte. Glaswol en steenwol liggen daar met 10 tot 20 euro per vierkante meter nog altijd onder, dus je betaalt een meerprijs voor het natuurlijke alternatief. Houtvezel en hennep zitten aan de betaalbare kant van die bandbreedte, schapenwol aan de dure kant.
Die meerprijs wordt deels gecompenseerd door subsidie. Via de ISDE-regeling van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kun je subsidie krijgen op isolatiemaatregelen, en voor biobased materialen geldt in veel gevallen een extra toeslag bovenop het reguliere bedrag, zo'n vijf euro per vierkante meter bij dakisolatie en twee euro bij vloerisolatie. Check bij RVO welke voorwaarden voor jouw situatie gelden, want de bedragen en eisen worden regelmatig bijgesteld.
Waar je op moet letten voordat je begint
De isolatiewaarde van biobased materiaal ligt gemiddeld iets lager dan van glaswol per centimeter dikte. In de praktijk los je dat op door een iets dikkere laag aan te brengen, wat bij dakisolatie meestal geen probleem is maar bij een dunne spouwmuur wel krap kan worden. Laat een isolatiebedrijf altijd narekenen of de gewenste Rd-waarde haalbaar is binnen de beschikbare ruimte.
Let ook op het gewicht bij houtvezel- en cellulose-isolatie in dakconstructies. Een oud vakwerkdak is niet altijd berekend op de extra belasting, dus een bouwkundige check vooraf voorkomt verrassingen. Milieu Centraal geeft een goed overzicht van waar je op moet letten per type isolatie, los van welk merk of bedrijf je uiteindelijk kiest.
Schapenwol heeft als enige biobased optie een reukje wanneer het vochtig wordt, dat trekt na verloop van tijd weg maar is voor sommige mensen even wennen. Voor wie gevoelig is voor huisstofmijt of wolallergieën is hennep of houtvezel een prettiger alternatief, die materialen worden namelijk niet als voedingsbodem voor mijt gebruikt zoals wol soms wel.
Wanneer natuurlijk isoleren wél en niet de moeite waard is
Bij een volledige renovatie waarbij toch de vloer of installatie op de schop gaat, is het meerprijs-verschil met biobased materiaal relatief klein ten opzichte van de totale rekening. Dan is de keuze snel gemaakt, zeker met de subsidie erbij. Ga je alleen een klein stukje spouwmuur bijvullen, dan weegt de meerprijs zwaarder mee en is het prima om voor de traditionele optie te kiezen.
De grootste winst zit niet alleen in de CO2-besparing, maar ook in het binnenklimaat. Een dampopen isolatielaag voorkomt vochtproblemen die je bij synthetische isolatie soms pas jaren later ontdekt, als de schimmel al achter het behang zit. Wie toch al aan het verbouwen is, doet er goed aan om even te informeren wat hennep of houtvezel voor de eigen situatie zou kosten, voordat de aannemer standaard de rol glaswol erin schiet.