Doe-het-zelf & Verbouwen

Waarom steeds meer Nederlanders de boormachine laten staan

· 5 min leestijd

De boormachine ligt bij steeds meer mensen gewoon in de kast. Niet omdat hij kapot is, maar omdat niemand hem nog durft te pakken. Waar een stopcontact bijplaatsen of een plank aan de muur schroeven vroeger een klusje van een zaterdagochtend was, bellen steeds meer huiseigenaren nu liever meteen een vakman. En dat is minder lui dan het klinkt.

De boormachine blijft steeds vaker in de kast

Praat met wie dan ook die net een huis heeft gekocht of verbouwd, en je hoort hetzelfde verhaal. De leidingen in de muur, de kabels achter het stopcontact, de constructie van een dragende wand: niemand weet meer precies wat erachter zit. En met huizen die alleen maar duurder worden, wordt de angst om iets te raken wat je niet mag raken ook groter. Liever vijftig euro extra betalen aan een vakman dan een gat in een waterleiding boren en de hele badkamer onder laten lopen.

Dat verschuift ook wat mensen zelf nog aanpakken. Grotere klussen met elektrisch gereedschap, zoals een nieuwe groep aanleggen of een muur doorboren voor leidingwerk, worden steeds vaker uitbesteed. Kleinere, visuele klussen, zoals schilderen of een plank ophangen, blijven wel gewoon in eigen beheer. Het is een verschuiving die je ook terugziet bij de vakmensen zelf: steeds meer van hen krijgen vooral korte, dringende klussen binnen, in plaats van complete verbouwingen waarbij de klant alleen nog de afwerking zelf doet.

Waarom dit eigenlijk helemaal niet dom is

Er zit een nuchtere rekensom achter die keuze. Een mislukte klus kost je namelijk niet één keer geld, maar twee keer: eerst je eigen tijd en materiaal, en daarna alsnog een vakman om het recht te zetten. Bij werk aan elektra of gas is dat niet eens een kwestie van geld. Een verkeerd aangesloten groep of een ondeugdelijke doorvoer kan letterlijk gevaarlijk worden, en je verzekering kijkt bij schade ook naar wie het werk heeft uitgevoerd. Kun je niet aantonen dat een erkend vakman de klus deed, dan vergoedt de verzekeraar bij een conflict soms helemaal niets.

Datzelfde geldt voor werk waarbij je in één keer goed moet zitten. Denk aan een airco installeren: het ophangen van de unit is nog te doen, maar het vacumeren en vullen van het koelcircuit vraagt een erkend koeltechnicus, anders vervalt je garantie en loop je het risico op een systeem dat na een paar maanden alweer lekt. De paar honderd euro die je denkt te besparen, betaal je dan alsnog, plus de kosten van een vakman die het achteraf moet herstellen.

Deze klussen kun je nog altijd gewoon zelf doen

Dat betekent niet dat je overal met je handen in je zakken moet blijven staan. Genoeg klussen lenen zich prima voor een zaterdagmiddag zonder vakman. Denk aan een muur schilderen, laminaat leggen in een rustige kamer, tochtstrips plaatsen bij ramen en deuren, een kastje monteren of een lekkende kraanleer vervangen. Allemaal klussen waarbij een foutje vervelend is, maar nooit gevaarlijk of onomkeerbaar. Mislukt het schilderwerk, dan haal je gewoon een extra laag over de muur. Ligt het laminaat net niet helemaal recht, dan merk je dat alleen zelf.

Wil je bovendien besparen op materiaalkosten bij een grotere verbouwing? Kijk dan eens naar hergebruikte bouwmaterialen. Juist bij dit soort kleinere, zelf uit te voeren klussen kun je prima tweedehands planken, deuren of tegels verwerken, zonder dat de kwaliteit van het eindresultaat eronder lijdt. Een gemarkeerde deuk in een gebruikte plank valt bij een plantenbak of boekenkast toch niemand op.

Gereedschap lenen is vaak slimmer dan alles zelf kopen

Een reden waarom mensen klussen uitstellen of toch uitbesteden, is het gereedschap. Een decoupeerzaag, een goede tegelsnijder of een betonboor koop je niet zomaar voor één klus van een middag. Bouwmarkten en gereedschapsverhuurders hebben die spullen inmiddels gewoon per dag te huur staan, voor een bedrag dat lager ligt dan een vakman inhuren, maar waarmee je toch met het juiste gereedschap werkt. Dat scheelt frustratie, want een goede boormachine met de juiste boorkop maakt het verschil tussen een nette montage en een scheve, wankele constructie.

Vraag bij twijfel ook gewoon even aan de verhuurder of de bouwmarktmedewerker hoe het apparaat werkt. Die vijf minuten uitleg voorkomen vaak al de helft van de fouten die mensen normaal zelf tegenkomen.

Wat een vakman je uiteindelijk oplevert

De meerwaarde van een vakman zit niet alleen in kennis, maar ook in snelheid en garantie. Waar jij een weekend bezig bent met uitzoeken hoe iets moet, heeft een vakman het al tien keer eerder gedaan en weet hij precies welk materiaal waar nodig is. Daar betaal je voor, maar je koopt er ook zekerheid mee: bij een slecht aangesloten installatie of een verkeerd afgewerkte constructie kun je terugvallen op garantie, iets wat bij een eigen klus simpelweg niet bestaat.

Een dakkapel laten repareren door een professional is daar een duidelijk voorbeeld van. Daken en kapconstructies zijn precies het soort werk waarbij een foutje niet zichtbaar is totdat het gaat lekken, en dan ben je verder van huis dan wanneer je meteen een vakman had gebeld. Dezelfde logica geldt voor funderingswerk, dragende wanden en alles wat met gas te maken heeft: hier bepaalt niet je handigheid het resultaat, maar de vergunning en certificering die een vakman wel heeft en jij niet.

Zo bepaal je zelf wat je aankunt

Een simpele vuistregel helpt al enorm. Gaat het om elektra, gas, water of iets dat de constructie van je huis raakt, bel dan een vakman, ook als je denkt dat je het wel kunt. Is de klus zichtbaar, aftastbaar en bij een foutje gewoon te herstellen, pak hem dan gerust zelf op. En twijfel je, vraag dan eerst een vakman om vijftien minuten mee te kijken voordat je begint. Die blik kost je bijna niets, en bespaart je in veel gevallen een veel duurdere herstelklus achteraf. Zo houd je het leukste deel van klussen, het zelf iets maken van je huis, zonder de risico's van het stuk waar je eigenlijk helemaal geen verstand van hebt.

S
Geschreven door Sem van Dongen Bouwkundig Adviseur

Sem is opgegroeid in een eeuwenoud pand in Delft dat zijn ouders eindeloos aan het verbouwen waren, waardoor hij al op jonge leeftijd het verschil kende tussen dragende en niet-dragende muren. Hij studeerde bouwkunde aan de TU Delft en werkte daarna als bouwkundig adviseur bij woningcorporaties, waar hij honderden huizen van binnen zag en leerde wat wel en niet werkt in de praktijk. Zijn specialiteit is het schrijven over renovatie, verbouwing en slimme ruimtelijke oplossingen voor Nederlandse woningen die nou eenmaal niet allemaal loft-achtige open ruimtes zijn. Hij heeft een droog gevoel voor humor en noemt zichzelf de vijand van onnodig ingewikkelde klustips. Zijn meest gelezen artikel gaat over hoe je een Nederlandse rijtjeswoning laat voelen als een designwoning zonder muren te slopen.